Cover whitepaper Meten reputatie Nationale Wetenchapsagenda

Blogs Meten reputatie onderzoek aan de hand van de nationale wetenschapsagenda

Universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstituten verzorgen het wetenschappelijk onderzoek in Nederland. De waarde van dit onderzoek drukt men uit in het aantal (wetenschappelijke) artikelen dat iemand publiceert in een wetenschappelijk tijdschrift.

We zijn op zoek gegaan naar een manier om te kunnen meten in welke mate een instelling geassocieerd wordt met een specifiek onderzoeksthema. Dit geeft een antwoord op de vraag in hoeverre dit onderzoek bijdraagt aan aan de maatschappelijke reputatie van een onderzoek evenals een instelling. We hebben de 25 routes van de Nationale Wetenschapsagenda van NWO als middel gebruikt om de maatschappelijke waarde van onderzoek te kunnen meten.

De maatschappelijke waarde van onderzoek

De maatschappelijke waarde van de wetenschappelijk gedreven onderzoekscyclus is door J. Bensing en W. Oortwijn omschreven. In deze cyclus hebben criteria voor de beoordeling van de maatschappelijke waarde te maken met:

  • de responsiviteit van de onderzoekers op de maatschappelijke vraagstukken waarvoor kennis wordt gevraagd.
  • de relevantie van de onderzoeksresultaten in relatie tot het oorspronkelijke maatschappelijke probleem.
  • de impact van het onderzoek op de praktijk en/of het beleid.

Op elk van deze drie gebieden kunnen concrete kwaliteitscriteria worden ontwikkeld. Hierbij wordt onder andere rekening gehouden met citaties in overheidsdocumenten of landelijke media. Een sterke reputatie van een universiteit of instituut op het gebied van maatschappelijke waarde van het onderzoek heeft een positieve invloed op het aantrekken van studenten. Ook heeft het een positieve invloed op het aantrekken van toptalent, samenwerkingsverbanden met andere instituten, het aangaan van publiek private samenwerkingen en het verkrijgen van nieuwe subsidies.

Nationale Wetenschapsagenda

In opdracht van de ministeries  Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen en Economische Zaken is aan een kenniscoalitie gevraagd initiatief te nemen voor de ontwikkeling voor de Nationale Wetenschapsagenda. Het doel van deze agenda is wetenschappelijk onderzoek optimaal benutten om relevante en uitdagende maatschappelijke en economische vraagstukken op te lossen.  Door samen te werken aan oplossingen voor complexe vraagstukken, vanuit diverse invalshoeken en disciplines, leveren wetenschappers een waardevolle bijdrage leveren om welzijn en welvaart te bevorderen.

Het Nederlandse volk heeft in 2015 bijgedragen aan het tot stand komen van de nationale wetenschapsagenda door vragen te stellen. Vragen waar het wetenschappelijk onderzoek antwoord op zou moeten kunnen geven. De insteek van het NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) is dat Nationale Wetenschapsagenda de afzonderlijke onderzoeksagenda’s in Nederland verbindt.

“De ambitie moet zijn om alle universiteiten en andere partijen rond de Nederlandse wetenschap met elkaar te verbinden in het belang van wetenschap en maatschappij. Als dat lukt, zal dat van Nederland een coherenter en sterker wetenschapsland maken.”

Dit heeft 25 onderzoeksthema’s, zogenaamde routes, opgeleverd waarlangs men het Nederlandse onderzoek kan meten.

Twee van de partners in de kenniscoalitie, NWO en KNAW, zijn de belangrijkste financiers van wetenschap in Nederland. NWO financiert meer dan 5.600 onderzoeksprojecten aan universiteiten en bij instituten. De andere partners in de coalitie financieren onderzoek door dat in eigen instituten uit te voeren. De partners in de kenniscoalitie zijn verantwoordelijk voor het verdelen van onderzoeksgelden aan Nederlands onderzoek. Hierdoor zijn de 25 routes van de Nationale Wetenschapsagenda dus belangrijk geworden.

Download het whitepaper

Ik heb twee van de routes uit de Nationale Wetenschapsagenda vertaald naar uitgebreide zoekopdrachten die ik vervolgens heb gebruikt om een analyse te doen. In die analyse heb ik de routes gecombineerd met de reputatie van Nederlandse universiteiten. Het resultaat geeft een relatieve analyse van onderzoek van Nederlandse universiteiten.

Wil je meer weten?

Stel je vraag aan Rob Speekenbrink

of bel: 06 8183 4114